vrijdag 5 april 2013

Keerzijde


Vandaag de tweede poging voor een bruikbare jaarkaart. Deze keer met meer succes. Vanaf nu kunnen we onbezorgd door de stad reizen. We hebben al heel wat metro’s en trams van binnen gezien. Tot groot plezier van de kinderen zijn er een heleboel trams van ┼ákoda. Ondertussen genoten we van de schoonheid om ons heen. Imposante gebouwen, in alle kleuren van de regenboog, die al veel meegemaakt moeten hebben. Sommige leken wel op paleizen. We fantaseerden over de prinsessen die er misschien gewoond hebben. En de jurken die ze dan zouden hebben gedragen.

En mensen, overal zijn mensen. Iedereen kijkt naar niemand. Of is druk met zijn telefoon, al dan niet smart. Met name in de trams heerste doodse stilte, afgezien van de herrie die het ding zelf produceert. Vreemde ervaring dat niemand met elkaar praat. We zagen ook een andere kant van deze stad. Een kant die ons een ongemakkelijk gevoel bezorgde. Tegengesteld ook aan het prachtige. In de tram een bedelaar die zijn rode, gebarsten hand uitstak voor geld. Een man die achter een bankje zo te ruiken een fikkie had gestookt. We zagen hoe hij de naald in zijn arm stak. Een schreeuwende man met een grote fles bier en een klein hondje. Hij leek niet al te stevig op zijn benen te staan. Zaken die ons aan het denken zetten. Hoe ga je ermee om als iemand bedelend zijn hand naar je uitstrekt. Wat vertel je je kinderen als ze vragen waarom die meneer een naald in zijn eigen arm steekt. Moeilijke vragen waarop we nog  geen antwoord hebben. In Hooglanderveen was het helemaal niet moeilijk om daar niet over na te denken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten