maandag 4 november 2013

Als je twee jassen hebt, geef er dan eentje weg.

Het grote houten huis.

Het is zondagochtend en we staan voor het raam in de keuken. Het is nog redelijk vroeg. We wonen vijf hoog en kunnen onze straat uit het raam niet zien. Wel zien we de schuin aflopende, hoger gelegen tuin aan de overkant van de straat. In de tuin naast die tegenover onze flat, staat een groot, heel groot, houten huis. Het is erg vervallen, maar het lijkt erop dat het toch tot de nok bewoond is. Er hangt was aan de lijn, in die tuin. Die waslijn is voor ons onzichtbaar, want er staat een boom voor. Maar we weten dat er was hangt, want een daar rondsluipende man haalt het er, voor onze ogen, hulpvaardig af. Aardig, toch? Scheelt werk voor de eigenaar. O wacht, de gedienstige gast neemt het wasgoed mee. Misschien toch andere motieven om de was af te halen. 


We snappen het wel. De man ziet er nooddruftig uit. Hij draagt een broek die veel te groot is en een dito trui, maar geen jas. Het is koud en hij heeft een winterjack nodig. Er hangt er daar eentje aan de lijn en 1+1= nog steeds 2. De man loopt met de zich wederrechtelijk toegeëigende jas die tuin weer uit, naar de tuin ernaast. Hij gedraagt zich alsof hij zich onbespied waant, hoewel er toch heel wat ramen in zijn rug prikken. Ter hoogte van ons huis probeert hij de jas aan te trekken. Rechterarm in de mouw, en daarna de linker. Rechterarm lukt. Maar helaas, de linkerarm vervolgens niet meer. Hij probeert het opnieuw. Nu eerste de linkerarm en dan de rechter. En nee het past toch echt niet. Inschattingsfoutje.

Pashokje
Wat een sof voor hem. Steekt hij zijn nek uit voor een jas, allemaal voor niets! Teleurgesteld smijt hij de jas in het kale struikgewas en gaat er vandoor.
Op zoek naar een andere gevulde waslijn? Dat is vast lastig, want wie laat er nou ’s nachts de was buiten hangen in november.





Ik werd er droevig van. De man zag er overduidelijk uit alsof hij een jas nodig had. En blijkbaar was jatten de enige manier om dat te regelen. Ik had hem er wel eentje willen brengen. Maar Willem Elsschot zei het al:

“Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.”

 Die wetten zag ik niet zo, maar de praktische bezwaren des te meer. Want behalve een jas, had ik ook nog altijd een communicatieprobleem, zoals Leendert me liefdevol hielp herinneren. Plus dat de tuin wel lager ligt dan ons appartement, maar nog altijd veel  hóger dan de straat. En dáár kwam dan nog bij dat de man tegen die tijd dat ik beneden zou zijn geweest, allang verdwenen was. Ja, ik weet dat er niet veel was dat ik kon doen. Ik weet ook dat als ik wél een jas had kunnen geven, het echt niet de oplossing van zijn problemen zou zijn geweest. Maar toch, die man heeft het nu misschien nog steeds koud, en daar krijg ík het ongemakkelijk warm van.

2 opmerkingen:

  1. Wat bijzonder wat je beschrijft. Als we in Roemenië zijn zien we onder de doelgroep ook zoveel leed wat je lang niet allemaal kan verhelpen Ook mede door de taal die we niet voldoende beheersen kunnen we niet altijd helpen maar als we met een hulpverlener de straat op gaan is het steeds weer bijzonder als je dan de blije gezichten ziet.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wat mooi dat jullie dat werk doen. Ik keek even op jullie site. Ik kan me wel voorstellen dat het elke keer weer bijzonder is als jullie mensen van dingen kunnen voorzien die ze nodig hebben.

      Verwijderen