vrijdag 19 december 2014

Onverwacht bezoek

Voorzichtig legde hij zijn krokodil op tafel. Zelf plofte hij op de dichtstbijzijnde stoel. Het was een gewone woensdagochtend en ik gaf les in onze kerk.  Halverwege de les was hij zomaar binnengestapt. Een van de mensen uit de wijk rondom de kerk. Ik kende hem niet, maar dat gaf niet. Zijn roodgerimpelde handen, met donkerbruine vingertoppen verrieden een hard leven op straat. Een al even rood verweerd gezicht was omlijst door veel en woest haar. Ook de geur die hij verspreidde liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Er was een bezdomovec, oftewel dakloze, aangeschoven. Ik zag in de gauwigheid dat hij gelukkig wél een dikke jas en een muts had.

 Ik begroette de man  en wachtte af. Zou hij me nog gaan uitleggen waar hij voor kwam? En ja hoor, even later stak hij van wal. In het Tsjechisch natuurlijk. Helaas praatte hij erg snel, dus ik verstond er niet veel van. Complicerende factor daarbij was, dat er in zijn gebit al heel wat gaten waren gevallen, wat de verstaanbaarheid ook geen goed deed. Mijn studenten beheersen Engels nog niet zo goed en konden me dus ook niet echt helpen. Na een paar pogingen gaf ik het op en haalde mijn collega die vloeiend Tsjechisch spreekt. Ze praatte een minuut of wat met de man, waarna ze het me duidelijk maakte: “Hij komt hier even opwarmen.” Dat was natuurlijk geen enkel probleem. Ik was allang blij dat we op zo’n eenvoudige manier iets voor hem konden doen. En dus installeerde hij zich en ik ging verder met de les. Dacht ik… 

Onze gast was erg blij met een warm en gezellig samenzijn en was echt niet van plan om dat te laten ruïneren door zoiets als Engelse les. Dus hij benutte deze buitenkans om ons even bij te kletsen. Waarover? Ik echt had geen idee. Mijn studenten waren vriendelijk tegen de man, stelden hem geïnteresseerde vragen, en namen voor lief dat hun les wat korter was dan normaal. Aangemoedigd door zoveel aandacht, praatte de man fijn door. Ondertussen liet hij de kaken van zijn metalen krokodil open en dicht klappen. Het is weer eens iets anders, een dakloze man met een zilverkleurige reptiel, die een monoloog afstak begeleid door klappende krokodillenkaken.. Het bleek bij nader inzien een notenkraker te zijn. Een van ‘s mans grootste schatten. Zoveel begreep ik nog wel van wat hij vertelde.

Vijfduizend straatbroeders en –zusters heeft deze man in Praag. Sommigen van hen zijn nog heel jong. In het gebied rond de kerk zwerven heel wat van hen rond. Zo ook de krokodileigenaar. Aan het eind van de les vertrok hij weer. Zijn geur bleef nog wat lánger hangen. 

Ik zag hem de deur weer uitsjokken. Met zijn krokodillennotenkraker. En waarschijnlijk heeft hij geen noot om er mee te kraken, behalve misschien die hele harde, die van zijn dagelijkse bestaan.

zaterdag 22 november 2014

Keuzestress

Dit jaar was het 25 jaar geleden dat de Fluwelen Revolutie uitbrak in Praag. Het leidde tot de val van het communistische regime. Vijfentwintig jaar vrijheid in Tsjechie. Geboren in een vrij land, kan ik me er niet zoveel bij voorstellen hoe leven in een onvrij land was. Ik vind het daarom heel boeiend om met mensen te praten die een behoorlijk deel van hun leven in het door het communisme geregeerde Tsjechie doorbrachten. Het levert altijd weer interessante gesprekken op. En vaak zijn het de op het eerste gezicht niet zo belangrijke details, die het zo boeiend maken.

Neem nou D., tegenwoordig dokter in een stadje op een paar uur rijden hiervandaan. Ze vertelde me wat zij een van de lastigste dingen vond, in het leven ná het communisme. Het hebben van keuze. Ze vertelde me dat ze zich overspoeld voelde door een soort paniek toen ze in een West-Duitse supermarkt kwam. Zoveel groente had ze in haar hele leven nog niet bij elkaar gezien! Wat was het allemaal? Wat moest ze nu kiezen? En wat moest je daar dan bij eten?

Ook de yoghurt dreef haar tot wanhoop. In die West-Duitse supermarkt was alles! Bosvruchtenyoghurt, aardbeienyoghurt, perzikenyoghurt, noem maar op. In het Tsjechie van langer geleden, kon zij alleen roze en oranje yoghurt kopen. En dus kocht ze een poos roze yoghurt. En daarna, ter afwisseling, stond er een periode oranje yoghurt op tafel.

Ik had ik moeite om me in haar in te leven. Wat zou dat met een mens doen? Nooit gewend geweest om keuze te hebben, en dan ineens is alles mogelijk. De hamvraag was dus: “Wat voor yoghurt koop je tegenwoordig?” Ik hield mijn adem in, zo spannend. Zou het aardbeienyoghurt zijn? Of misschien kersen? Of toch abrikoos? Maar nee, D. koopt tegenwoordig “naturel”…..

vrijdag 12 september 2014

"Roma zijn annoying."

“Als je nooit bent afgetuigd door Roma, kun je er niks van zeggen.” Onlangs las op internet deze uitspraak van een Tsjechische man. Hij reageerde daarmee op iemand die kritiek had geuit op Romadiscriminatie in Tsjechië. Ik dacht er over na. Is dat echt zo? Moet ik eerst in elkaar geslagen worden door Roma, voordat ik een mening mag hebben over antiziganisme? Natuurlijk niet! Wat een onzin zeg!  De meeste mensen die ik ken die van mening zijn dat het goed is dat de Apartheid in Zuid-Afrika is afgeschaft, hebben persoonlijk geen negatieve ervaringen met zwarte Zuidafrikanen.  En niemand die dáár een punt van maakt.

Roma hebben behoorlijk te lijden onder discriminatie en vooroordelen. Dat is niets nieuws en het beperkt zich helaas ook niet alleen tot Tsjechië. In mijn eigen Nederlandse jeugd hoorde ik om mij heen ook nooit anders dan negatieve geluiden over “die Zigeuners”. Ze jatten,  ze zijn lui en gewelddadig, zo was de algemene opinie. En nee dat was geen discriminatie, maar gewoon de realiteit. Toch vond ik ze altijd heel intrigerend. Hun cultuur had iets mysterieus’ over zich. Hoe zou het zijn om in een woonwagen te wonen? Anno 2014 wonen de meeste Roma niet meer in woonwagens.  Tegenwoordig wonen ze bij mij in de straat.

De Roma zijn een van oorsprong nomadisch volk dat eeuwenlang rondtrok, door Europa, maar ook op andere continenten. Toen ze begonnen met trekken was het een welvarend volk. Onder andere dans en muziek waren een belangrijke bron van inkomsten.  Pas in de vijftiende eeuw begon in Europa de discriminatie van de Roma, nota bene aangezwengeld door de kerk, die hen als heidenen beschouwden. Vanaf toen werden ze overal verguisd en buitengesloten. Integreren deden ze niet, maar ze kregen er ook de kans niet voor. Ze kwamen overal letterlijk en figuurlijk aan de rand te staan. Dat zette de neerwaartse spiraal richting armoede in gang.

De situatie van veel Roma is nu tamelijk uitzichtloos. Ze hebben geen kans op een baan, want niemand wil ze in dienst nemen. Ook als ze goede burgers zijn, worden ze toch vaak afgewezen vanwege hun huidskleur of naam. De grote meerderheid van de Romakinderen belandt op het speciaal onderwijs, zelfs als dat niet nodig is. Velen van hen maken school niet af, onder andere doordat hun soms ongeletterde ouders vaak niet in staat zijn hun kinderen voldoende te ondersteunen.  Dit alles maakt dat veel Tsjechen de Roma beschouwen als luie steuntrekkers die een beetje op hun kosten bier zitten te drinken. 

Deze week las ik in de Prague Post dat meer Romakinderen instromen op reguliere scholen in plaats van op het speciaal onderwijs. Dat is goed nieuws, zou je denken. Maar de reactie van Tsjechische ouders is vervolgens, dat ze hun kinderen van school halen, omdat ze niet willen dat ze met Romakinderen les krijgen.

Maar je mag dus niks zeggen van Romadiscriminatie als je niet zelf een keer door ze bent afgetuigd. Hoe kortzichtig is het om je eigen particulieren ervaringen als uitgangspunt te nemen voor je visie op een probleem dat al 600 jaar niet opgelost wordt. Ik begrijp ook heus dat het traumatisch is om in elkaar geslagen te worden. Of beroofd. Of als je eigendommen worden gesloopt. Ik begrijp ook dat je bepaald niet méér van Roma gaat houden na zo’n behandeling. Maar de kinderen die in een Romafamilie geboren worden kunnen er niks aan doen waar hun wiegje stond, noch hebben ze enige invloed op wat hun familieleden doen. Die kinderen zijn vanaf hun eerste ademtocht gedoemd te mislukken, als we een heel volk blijven afrekenen en buitensluiten op basis van het gedrag van een deel van die groep. Buitengesloten worden werkt wrok in de hand, en criminaliteit en dat veroorzaakt weer buitensluiting. En zo verandert er nooit iets aan de situatie. Dan blijven Roma ongeschoolde steuntrekkers. En als ze dan niet in de criminaliteit belanden, worden ze uitgebuit, of als sekswerker verhandeld.

Zo houden zowel de Roma als de Tsjechen het probleem in stand. Veel Tsjechen haten de Roma en discrimineren hen, helaas ook kerkmensen. En hierom haten op hun beurt de Roma de Tsjechen weer. “They’re annoying!”, zo zei onlangs een vrouw uit de kerk tegen me over de Roma. Tja het zou kunnen. Ik zou het misschien ook zijn, met 600 jaar discriminatie in mijn bloed.

Wie moet de eerste stap zetten naar verandering? Dat is een ingewikkelde vraag, want zowel Roma als hun “gastheren en –vrouwen” hebben hierin stappen te zetten. Aan beide zijden moet dingen veranderen. En met zoveel wantrouwen aan weerszijden, valt dat niet mee. Maar toch denk ik dat degene die verantwoordelijk zijn voor het begin van de weg omlaag, ook verantwoordelijk moeten zijn voor het begin van de weg weer terug omhoog. Het gastland dus.

Roma worden als “annoying” beschouwd. Maar ze zijn vooral mensen, geschapen naar het beeld van hun Schepper, net als iedereen. En ze hebben ook de diepmenselijke verlangens naar een normaal leven, zonder al teveel zorgen. Naar gelijkwaardigheid en een normale levenstandaard.  Naar  onvoorwaardelijke liefde en vriendschap.

Ik droom van een maatschappij waar iedereen gelijke kansen heeft, niet alleen op papier maar ook in de dagelijkse praktijk. Waar buren met alle kleuren van de regenboog, in vrede en vrijheid naast elkaar wonen. Waar huidskleur geen criterium is voor de keuze van je vrienden. Alwéér iets waar ik geen ervaring mee heb. Mag ik er daarom geen ideeen over hebben? Wat een onzin zeg! Natuurlijk mag dat wel! 

maandag 16 juni 2014

Praag 2 - Gezin in goot beland!

Mede door ons toedoen, is er recent een heel gezin in de goot beland. Een vader en moeder met twee kinderen. Meedogenloos van huis en haard verdreven. Het zat zo...

Toen we vorige week uit het raam keken, zagen we een meneer aan touwen bungelen. Daarin had hij zichzelf opgehangen, maar hij maakte het verder goed. Hij hing daar te ter hoogte van onze dakgoot. “Hoera!”, zo riepen wij, “de duivennesten worden verwijderd!” Ja inderdaad, nestén, het waren er inmiddels twee, en elk had zijn eigen aanvliegroute. Het was zo strak geregeld als op de luchthaven. De ene ingang diende rechtuit van onderen te worden genomen, en de andere had een consequent schuine aanvliegroute. Maar nu was er redding nabij, niet voor de duifjes, maar voor ons. De man is ruim drie uur bezig geweest en ik had erg met hem te doen. Door gesloten ramen drong een stank naar binnen, die ons de woonkamer voorlopig deed mijden. Ik kon alleen maar gissen, hoe adembenemend smerig het aan de andere kant van het raam ruiken moest. Ik was hem erg dankbaar voor zijn noeste arbeid, want toen we ’s middags vanaf het balkon in de goot gluurden was alles weg en de ingang naar het nest afgesloten. Geen grasklomp meer die de goot blokkeerde. Dat was echt nodig, want de week ervoor regende het zo hard, dat de goot over de volle breedte van de ramen overliep, en het water door gesloten ramen onze kamer binnenstroomde. Het was dus hoog tijd dat er wat aan zou gebeuren.

We waren blij dat we eindelijk ongestoord door herrie, stront of stank op ons balkonnetje konden zitten. Maar…..we hadden te vroeg gejuicht. We hadden het moeder- en vaderinstinct van de duiven onderschat. Dat de ingang naar hun nest niet meer toegankelijk was hadden ze wel door. Maar in plaats dat ze het nest dan maar opgaven zochten ze een andere ingang, en wel via ons balkon. We zagen pa en ma druk koerend en zoekend heen en weer lopen. En dat ze dat vaker deden was merkbaar aan het groeiende aantal grijze hoopjes, die ze gratis voor ons achterlieten. We moesten nog even doorbijten dus. Ik had toch wel bewondering voor hun koppig doorzettingsvermogen. Ze gaven het niet bij de eerste tegenslag op in ieder geval. Het kostte ons en hen nog een week van noodgedwongen gezamenlijk optrekken, en toen zagen ze in dat langer doorzoeken verloren moeite was. Vanaf toen zagen we de ouders met hun kroost alleen nog door de dakgoot scharrelen.

Het is wat cru dat je dan zo’n gezin dakloos maakt voor je eigen comfort. Maar aan de andere kant, misschien is het ook goed voor ze om een frisse start te maken met zijn tweetjes. Dat je de boel weer es uit een ander perspectief bekijkt. De ene dakgoot is per slot van rekening de andere niet.

donderdag 29 mei 2014

Vertraging verbroedert niet

Gelukkig is reizen met het openbaar vervoer nooit saai. Zo had ik gisteren een heel interessante ervaring. Ik stond op de tram te wachten, maar hij was warempel  te laat. Dat gebeurt hier vrijwel nooit, dus ik vroeg me af wat er toch wel aan de hand kon zijn. De vertraging was vijf minuten, niet veel op een heel mensenleven, maar toch lastig als je ergens op tijd had willen zijn. Nu zou ik waarschijnlijk wel te laat komen. Eindelijk zag ik de tram dan toch onder de spoortunnel doorkomen. Hij reed behoorlijk hard, maar dat was logisch met wel vijf minuten vertraging dacht ik. Het was zo’n chique, nieuwe, waar alle kinderwagens van Praag ook in passen.

Toeristen zijn altijd makkelijk te herkennen :)
Ik stapte in en greep een stang beet, om te voorkomen dat ik om zou vallen als we weer zouden optrekken. Maar er gebeurde niets. Toen ik naar voren keek, zag ik dat er een oude mevrouw op haar scootmobiel de tram uitgeholpen werd door de bestuurder. Hij legde de loopplank uit, en voorzichtig reed de mevrouw, met horten en stoten, naar beneden. Toen verlegde de man de plank, van de halte naar de straat, zodat de mevrouw óók nog makkelijk de straat over kon steken. Ik vond het waarlijk nobel van hem. Hij trok zich niets aan van de verkeersopstopping die hij veroorzaakte en ging gewoon zijn gang. De mevrouw kon nu veilig oversteken. Maar wat ze ook probeerde, ze kon de bocht naar de plank niet nemen, met de tram langszij. 

Hoe nobel ik de tramman ook vond, ik voelde nu toch frustratie opstijgen. Ik slaakte een diepe zucht en keek om me heen, op zoek naar medezuchters. Maar die waren er niet! Niet een! Niemand vertrok een spier. Iedereen ging onverstoorbaar door met waar hij mee bezig was. Verder scrollen op de phone, verder lezen in boek of krant, of verder staren uit het raam, met de zo typerende droeve Tsjechische blik. Geen ge-ergerde blik op de mevrouw, die er uiteindelijk ook niet veel aan kon doen. Geen ongeduldig geschuif op de stoel. Niemand die zuchtte en op zijn horloge keek. Geen gesprekjes als: ”Nou als het lang duurt dan wachten we nog effe, zeg!” Of: “Nu mag hij wel weer verder rijden. Ik hoop dat ik mijn overstap nog haal.” “Ja ik hoop ook maar dat ik het red, want ik heb examen.” Van dit alles helemaal niets! Op de geluiden van het scootmobieltransport na, heerste er doodse stilte in de tram.  Waar in Nederland mensen, verenigd in dezelfde tegenslag, nog wel eens met elkaar een gesprekje beginnen,  was er hier geen enkele respons. Ik vroeg me af of er überhaupt iemand doorhad wat er gebeurde. Nee, in Práág verbroedert vertraging blijkbaar niet.

De trambestuurder gaf het uiteindelijk maar op. Hij liet de plank op de stoep bij de mevrouw liggen, stapte in en vertrok weer. Ik was 1 minuut te laat op plek van bestemming.

woensdag 21 mei 2014

Meimijmeringen

Zonneschijn, stralend blauwe lucht met hier en daar wat witte vegen. Zo zag deze dag eruit. Het was zo’n 25 graden en het waaide er lekker bij. Een prima dag om op het balkon een potje te mijmeren.
We wonen hier nu ruim een jaar. En wat is er in die tijd veel gebeurd! Veel mooie dingen, maar ook minder mooie ervaringen passeerden de revue. We hebben veel nieuwe mensen leren kennen en vrienden gemaakt. Inmiddels zijn we aan het drukke, stadse leven gewend. We genieten erg van de schoonheid om ons heen, en van het overwegend betere weer. Ook zijn we blij met het openbaar vervoer, meestal dan, en we weten onze weg hier te vinden. Hoewel, eigenlijk alle gezinsleden beter dan ikzelf. Ik reis nog steeds met enige regelmaat verkeerd, ook op routes die elke week weer terugkomen. Maar tegenwoordig blijf ik daar zonnig bij en heb ik het maar geaccepteerd.Ik blijf waarschijnlijk zo verstrooid en dat is ok. We spreken na een jaar hier, een aardig mondje Tsjechisch, al blijft het zwoegen om bijvoorbeeld de kerkdienst te volgen. Verder was er de dreiging dat het water van de Vltava buiten zijn overs zou treden, een premier die af moest treden wegens banden met de maffia, en een massaslachting van karpers rond Kerst. We hadden te dealen met cultuurschok, heimwee, en gebrek aan fietsen en frikandellen. Ook moesten we veel geduld hebben bij het Regelen van Dingen. Maar uiteindelijk kwam alles goed.

We beleven nu onze tweede Praagse lente en we kunnen inmiddels ook vaststellen dat sommige dingen door de tijd heen níét veranderen. Zo doen we nog steeds de hinkstapsprong om hondendrollen te ontwijken, stoppen de meeste Tsjechen nog steeds alleen maar voor een zebrapad als ze echt niet anders kunnen, is het met warm weer nog steeds niet te harden in de tram en…… O nee, wat ruik ik nu weer….. De oude vertrouwde pluimveegeur die vorig jaar ook onze neus teisterde. Nee he?! Het duivennest! Een blik over de rand van het balkon leert dat sommige dingen niet alleen niet veranderen, maar dat ze zich ook dieper verankeren. Waar vorig jaar mei een paar voorzichtige sprietjes groen zichtbaar waren, puilt er nu een half weiland uit onze dakgoot. 
Het weiland, van onderaf gefotografeerd
Er dribbelen een paar slanke kleine duifjes met knikkende kopjes door de goot. Ze staan op het punt van uitvliegen. Hun “Maminka” zit vermoedelijk al in de startblokken om het volgende viertal eieren in het nest te deponeren. Vertrouwd is in dit geval gewoon niet geruststellend.

Ik til mijn benen van de stoel en ga maar es tafeldekken. We gaan zo met zijn viertjes op het balkon eten, met weids uitzicht over de stad. Wat een weelde. Alle regelmatige irritaties ten spijt, wonen we hier met plezier. We houden van de stad en de mensen en we blijven graag nog een tijdje.


dinsdag 13 mei 2014

Guest blog by J. Wolters

Onze schrijver bleek ook nog een dichter. Hoe leuk is dat!




Flying like a Peregrine (haiku)

Fast and dangerous
Quickly charging like the wind
As he dives for lunch







Color poems

Green

Sounds like a frog that ribbits in a pond with flies
Smells like freshly cut grass on a hot summer day
Tastes like green sprinkles on my freshly baked bread
Feels like  slimy soap on my hands after science

Blue (2013)

Smells like a blueberry
Tastes like blueberry cake
Sounds like the blue water
Feels like my blue soft pillow



Puffer Fish


Once in an aquarium, some spiky yellow fishes,
Were tired of being watched and had a couple wishes
They wanted freedom! They wanted a break!
They missed hunting and swimming in their old lake.

dinsdag 15 april 2014

“If there was a cheese mountain, I would go there every day….”

Een coproductie van moeder en dochter.

Ineens kwam het eruit rollen. Dochterlief zat aan tafel, met haar hoofd in haar hand geleund, dromerig in de verte te staren: “If there was a cheese mountain, I would go there every day….”  Wat een prachtzin! Ik vond het ook een mooie droom, zeker voor een notoire kaasliefhebster als zij. Een beetje melancholieke droom wel, wonend in een land waar de Eidam kaas meer weg heeft van een gum, dan dat het iets met Hollandse kaas van doen lijkt te hebben. Dus samen droomden we verder over het bestaan van zo'n berg. We hebben een idee van hoe het er daar uit moet zien. 

Er is een pad dat van de voet van de berg naar de top voert. Dat pad loopt als een grote spiraal om de berg heen naar boven toe, in steeds kleiner wordende cirkels. De voet van de berg moet bestaan uit stevige, harde, Hollandse kaas, waar de rest van de kaas bovenop kan leunen, zonder dat de boel dreigt in te storten. De onderste laag bestaat dus uit oude kaas, je weet wel, met van die heerlijke zoutknispers. Ondertussen zijn we onze tocht naar boven begonnen. Na een aantal stappen, mogen we een aantal happen. Niet teveel want anders lusten we niks meer als we boven zijn. En deze berg bewaart het lekkerste voor het laatst. 

De volgende laag bestaat uit iets jongere kazen, een paar rotsblokken brandnetelkaas, en, laten we een zeker deel van de familieherkomst niet verloochenen, Friesche nagelkaas. We stoppen weer even voor een paar hapjes. Genietend en kauwend kijken we elkaar aan. Lekker hoor, wat een bofferds zijn we toch. We lopen langzaam verder. 

Nu komen we bij de afdeling buitenlandse kazen. Gruyere, Emmenthaler en Port Salut grijnzen ons uitnodigende toe. Vooruit, ieders een hapje van elk. We smullen ondertussen ook van het uitzicht over de Melkvallei. Een eindje van het pad af zien we een waterval. Of eigenlijk, een kaasval. Met donderend geraas stort zich de geraspte Parmezaan in de afgrond. Maar helaas, daar kunnen we net niet bij. Leuk om naar te kijken, dat het wel. We stijgen weer wat hoger. 

En dan begint het eindelijk te ruiken naar de favorieten.  Het klimmen wordt steeds moeilijker en steiler, maar gelukkig kunnen we de top al zien. Links van ons zien we grillige fromaties Munster, en rechts van het pad bubbelt een Raclettegeiser. Mmmmm, gauw een hapje van alles. Hijg, puf, ja we zijn er bijna hoor. We ruiken de Camembert, Brie de Meaux en de  Stilton al. Hoe stinker, hoe beter!  

En dan eindelijk de top van al dit heerlijks, Roquefort, Niva en Gorgonzola.  En dan hebben we toch bijna het allerlekkerste gehad. Maar laten we nog een gaatje overhouden voor de all time favourite van onze kaasprinses: Chevre. Een formidabele toren Chevre bovenop de berg. 

Met een grote glunderglimlach zakken we neer. Hehe!! We hebben het gered. Ze hebben er al op gerekend daar. De stoelen staan voor ons klaar. We kunnen zo aanschuiven en een stokbroodje uit het mandje nemen. De kaasprinses ziet, al zwijmelend, zelfs nog een speciaal houten huisje staan. Daar verkopen ze álle andere kazen, die niet meer in de berg pasten. Nee hoor, hier krijgt niemand ons voorlopig nog vandaan.

Dus als iemand ons mist, is na vandaag duidelijk waar we te vinden zijn.

dinsdag 25 maart 2014

Geuren maken de man

Zitten in de tram komt op werkdagen in de spits, zelden voor.
Tsjechisch hondkapje 
Meestal hang ik aan de gele stang. Maar vandaag had ik geluk. Een paar plaatsen vrij. Ik scande mijn directe omgeving. Geen wankele ouderen? Of instabiele peuters? Nee! Gauw ging ik zitten voordat een ander het plekje in zou pikken. Maar soms blijkt ineens dat je minder fortuinlijk bent dan je dacht. Zo ook vandaag.

Ik was per ongeluk naast Baron Knoflook gaan zitten, en nog vóór ik van de schrik bekomen was, streek Jonkheer Zweet ende Kauwgom aan mijn andere zijde neer. Nee he! Ja, toch. Ik probeerde me zo min mogelijk te bewegen ten einde mijn omgeving windstil te houden, opdat de flagrante geuren mijn reukvermogen niet zouden teisteren. Dat was leuk geprobeerd, maar in mijn eentje kan ik dat natuurlijk niet. En van enige coöperatie was zowel ter linker- als ter rechterzijde geen sprake. De baron boog zich half voorover om zijn telefoon uit zijn zak te vissen. De knoflook golfde mijn neusgaten binnen. Ik stopte even met ademhalen. Het ging gewoon niet. De man stonk zo erg dat hij er zelf ook last van had, en het raampje openschoof. Gelukkig hervond de baron daarna snel zijn vrijwel onbeweeglijk houding van daarvoor en ging de wind weer liggen. Ik besloot het ademhalen weer voort te zetten. Die scrollende wijsvinger op de smartphone verplaatste niet al teveel lucht. Maar toen moest de jonkheer opeens op zijn adellijke hoofd krabben. En binnen een seconde was ik omhuld door een zweterige mentholgeur. Mogelijk was zowel het zweet, als de mint, het gevolg van een sportlife. Nu stokte mijn adem vanzelf al. Gelukkig was de jeuk gauw over en vervolgden we de reis weer bewegingloos. Ik zoog gauw weer een teugje lucht naar binnen. Ondertussen vroeg ik me angstig af, wat precies het effect zou zijn als ze allebei tegelijk zouden gaan bewegen. En of ik dan nog wel bij zinnen zou blijven. Ik had de gedachte nog niet voltooid of daar gebeurde het gevreesde. Allebei pakten ze hun tas en brachten daardoor de luchtstromen weer op gang. Een wilde stank kolkte nu om mijn hoofd. De tranen schoten me in de ogen en ik moest er bijna van hoesten. Alleen het vooruitzicht van een voorspoedige verlossing van de geuren hield me nu nog op de been. Vaag kon ik door de wolken moflook, kneet en zwint de deuren zien opengaan. De edellieden stapten naar buiten. Ik veegde de tranen van mijn wangen en leunde uitgeput achterover.

donderdag 20 maart 2014

"Zien we je binnenkort weer?"

 

“Nelleke, zien we je binnenkort weer?” Dat was de vraag die me onlangs werd gesteld in een e-mail van IKEA. Wat heerlijk! Ze missen me bij IKEA Amersfoort. Ik voelde me ineens heel belangrijk, dat spreekt! 

Ik zag het al helemaal gebeuren. Op een morgen zou ik de IKEA in Amersfoort weer eens binnenstappen, gewoon op een doordeweekse donderdag. Ik stelde me voor hoe het voltallig personeel álles uit handen zou laten vallen om naar de ingang te rennen. “Ze is er weer!!!” Een brede glimlach op alle gezichten!  Wat een warm welkom zou me ten deel vallen. Iedereen was blij dat ik er weer was. Dat moesten we dan vieren natuurlijk. Met een ontbijtje van 1 euro, hoe anders?

De belangstelling van IKEA is natuurlijk geheel digitaal aangemaakt en dan vooral ingegeven door economische motieven. Niemand die daar écht een traan liet om mijn langdurige afwezigheid, uiteraard. En toch zette het me wel aan het denken. IKEA weet wél hoe klanten aan zich te binden.
Hoe doen de kerken dat eigenlijk? Op welke manier doen zij aan "klantenbinding"? Gasten in de kerk, prima hoor, liefst ook nog een beetje acceptabel gekleed. Maar meteen contact aangaan, is er vaak niet bij. En dan kan je als gemeente zomaar te laat zijn. We hebben het hier in Praag ondervonden. In de eerste Tsjechische kerk die wij in Praag tijdelijk bezochten, was er vrijwel niemand die zich echt met ons inliet. We voelden ons niet opgenomen in de gemeente. En toen we na een poos zoeken een andere gemeente vonden, waar we meer bij konden dragen, hebben we niks meer gehoord uit die eerste kerk. Zelfs niet van de voorganger.
Voor ons is het niet zo erg, want we zitten in onze huidige gemeente echt op onze plek, maar wat nou als je een zoeker bent, of een nieuwe gelovige? En je wilt zo graag deel uitmaken van een warme, geestelijke familie? Hoe gedraagt de ontvangende gemeente zich dan? Wordt de zoeker geaccepteerd en opgenomen in de gemeenschap? Is hij belangrijk voor zijn nieuwe familie? Of is er niemand die hem mist als hij wegblijft? Ik hoop natuurlijk het eerste, maar ik vrees dat het laatste ook maar al te vaak waar is.

Ik denk dat de kerk gewoon eens even babbeltje moet gaan maken met IKEA. Kunnen ze vast een hoop van leren. Stel je voor dat er dan op een dag dit mailtje met het PKN-logo in iemands mailbox zit: “Zoeker, zien we je binnenkort weer?” Zoeker zou zich ineens heel belangrijk voelen, dat spreekt!
Ik zie het al helemaal gebeuren. Op een morgen stapt Zoeker de kerk weer eens binnen, gewoon op een zonnige zondag. Ik stel me voor hoe alle gemeenteleden hun hoofd naar de deur draaien, om vervolgens naar de ingang van de kerk te rennen. “Hij is er weer!!!” Een brede glimlach op alle gezichten. Wat een warm welkom zal hem ten deel vallen. Iedereen is blij dat Zoeker er weer is. En dat gaan ze vieren natuurlijk. Met een pepermuntje van King, hoe anders?


donderdag 23 januari 2014

“Beware of pickpockets!!”


Een gewaarschuwd mens, telt voor twee. Dat is weliswaar een Nederlands spreekwoord, maar hij is hier in Praag ook zeker van toepassing.  Je ziet verspreid door de stad dan ook nogal wat waarschuwingen tegen zakkenrollers. Een serieuze bedreiging van je vakantievreugde, maar verder niet gevaarlijk. 
Onlangs liep Leendert door onze straat en zag twee jongens druk bezig met “iets”. Dat “iets” bleek  bij nader inzien schiettuig. En Leendert was er getuige van, dat de blaffer naar behoren functioneerde. Pang! Pang! Een gerolde zak is zo beschouwd zo erg nog niet, maar begerenswaardig is het evenmin!

Een plek waar zakkenrollers naar hartenlust hun ambacht uitvoeren, is bijvoorbeeld het Oude Plein. Elk uur slaan ze daar hun slag, daar kun je de klok op gelijk zetten. Er is daar namelijk een astronomisch uurwerk, dat veel toeristen trekt. Elk hele uur is er de parade van de twaalf apostelen. Twee luikjes in de klok gaan open en de apostelen maken een rondje. De stoet wordt aangevoerd door Petrus, de apostel met de gouden sleutel. Grote groepen mensen wachten er dus geduldig tot de grote wijzer op de twaalf springt. En wat er dan gebeuren kan is dit. Een toerist houdt geboeid de ogen op de luikjes gericht.  Ja hoor, daar komen ze. 
En met dat de apostelen kómen, gáát er ook iets. Er verdwijnt namelijk iets bij de toerist. Zijn vakantievoorraad Tsjechische kronen, zijn fototoestel en zijn paspoort. Zodra de toerist zijn blik weer op de aarde richt, sta hij dan ook meteen met beide benen op de grond. Aiaiaiaiai!!

Zo’n ervaring wilde ik niet, dus vanaf dat we hier net woonden, sloop ik op alles verdacht rond. Ik hield mijn hand voortdurend op mijn tas en spiedde constant om me heen, om mijn omgeving te scannen op sinistere individuen die verdachte graaibewegingen zouden kúnnen maken.  Vaak plakte ik, indien beschikbaar, ook nog een kind tegen mijn zijde. Dit alles ter bescherming van mijn doorgaans zo lege portemonnee. Tot nu toe was er dan ook geen vuiltje aan de lucht. Tot gisteravond dan. 
Leendert en ik stonden in de metro. We waren onderweg naar bijbelkring. Misschien dat ik me met zulk een vroom en stichtelijk reisdoel onkwetsbaar waande. Of dat ik dacht dat twee meter man naast me genoeg moest zijn om potentiële rovers af te schrikken. Ik weet niet waarom niet, maar erg oplettend was ik in ieder geval niet. Achter me stonden twee dure meneren en één iets minder dure. Dus van die kant had ik weinig te duchten. Dacht ik…..


Ik werd opeens op mijn schouder getikt door de minder dure meneer: ”Pozor!!” Ik keek de man met grote, ogen in de vraagtekenstand aan, maar hij zei verder niks.  Bij het volgende station ging hij eruit en toen hij me passeerde richting de deur, zei tegen me, dat hij dacht dat de mannen mijn tasje wilde stelen. "Be careful, we are in Prague here.” Ik bloosde bijna van schaamte en ik bedankte de man. Ja meneer, ik weet het. Ik woon hier… Maar zeg nou zelf, posh geklede zakkenrollers, Dat verwacht je toch niet?! De ervaring heeft me wakker geschud, en ik ga weer waakzaam door het leven. Geld laat ik voortaan maar thuis en mijn paspoort slik voor de zekerheid gewoon in, voordat ik me op straat waag….

maandag 6 januari 2014

Winterdepressionista



Er was eens een vrouw. Een vrolijke, struise vrouw.  Altijd had zij energie. Niets was haar teveel. Elke morgen stond zij zingend op en rende door de dag. En elke avond legde ze haar blozende wangen weer tevreden op haar kussen te rusten. Totdat het november werd.

In het begin van de maand begon ze te gapen. En te gapen. En te gapen. En aan einde ervan ontdekte ze dat er na zoveel gapen nog maar de helft van haar over was. Het gekke was, je kon het niet aan haar zien. Van buiten zag ze er nog net zo welvarend uit. Een beetje dikker zelfs. Maar van binnen was ze nog maar half. De energie die haar nog restte, stolde gestaag. Haar bewegingen werden langzamer en langzamer. In de allerlaagste versnelling slofte ze door november.  De dagen waren grijs. De vrouw ook. En wolken hingen te hangen en groeiden. En soms, als ze vol waren, stroomden ze over. De vrouw deed wel eens met ze mee. En dan droomde ze van ritselende groene blaadjes in zonovergoten parken. Van lachen en vrolijkheid in mei. Van de onbedwingbare vreugde, waardoor je soms zomaar een huppeltje maken moet. En dan zuchtte ze en schudde gekweld haar hoofd en vereenzelvigde zich weer met de huilende wolken.

Zo kroop ze december binnen. Het lachen was haar inmiddels geheel vergaan. Soms krulde een mondhoek tegen wil en dank. Maar daar kreeg ze zo’n spierpijn van dat ze dat op de helft van de maand ook niet meer durfde. Op een dag, aan het eind van december werd ze wakker in een kooi. Een mooie kooi, dat wel. De deur ervan stond wijd open. Ze hoefde er niet in te blijven als ze dat niet wilde. Ze wilde het ook niet. Toch kon ze er niet uit. Buiten de kooi was het druk. Er waren mensen. Allemaal mensen. En mensen moesten altijd iets van haar. Zelfs als ze niets van haar moesten, dan moesten ze toch iets. Dat lukt niet met gestolde energie. Dus ze bleef maar in haar veilige, rustige en vertrouwde kooi. De mensen buiten de kooi probeerden haar er wel eens uit te lokken. Ze hielden haar lekkere hapjes voor. Of ze probeerden haar te verleiden met mooie beloften. “Kom dan! Ik heb vandaag de zon gezien.”  “Als je met me gaat wandelen, gaan we daarna gezellig warme chocolademelk met slagroom drinken.” Het was allemaal niet genoeg. Dus toen probeerden ze het met wat bevoogdende argumenten. “Nu moet je echt naar buiten hoor, je hebt het nodig!” “Kom op zeg, doe es wat actiefs. Zo word je helemaal niet moe! Je moet moe worden!” Het was aan dovemansoren gezegd.

Eindelijk stond er iemand op met Gezag. Hij sprak: ”Ik schrijf je stadswandelingen voor. Wandelingen met een fotocamera.” De vrouw kon tegen het gesjor niet meer op en dacht: Dan Moet Het Maar…. Ze pakte haar fotocamera, sleepte zichzelf de deur uit en begon te lopen. De trappen aan het eind van de straat op. De straten door. De tramrails over. Ze liep maar en ze liep maar. Onderwijl schoot ze plaatjes van alles wat ze zag. De huizen. De kerken. De mensen. De etalages. Het hele stadse leven trok aan haar voorbij. En zij aan het hele stadse leven. Na anderhalf uur was ze zo moe dat ze er wakker van schrok. En ze merkte: wandelen helpt! Krakend en piepend wurmde zich een glimlach op haar gezicht. Ze was er zelf verbaasd van. Zelfs dat kon ze nog! Dat moest ze thuis aan de anderen vertellen. Zo liep ze tevreden weer naar huis.


Vanaf die dag waren de vrouw en de camera de beste vrienden. En toen ze ’s avonds voldaan haar wangen op het kussen te rusten legde, voelde ze dat ze alweer ietsje meer was dan half. Met een zweem van een glimlach om haar mondhoeken viel ze in een diepe slaap. En elke nacht en elke dag, brachten haar weer ietsje dichter bij de lente. Die langverwachte lente.