dinsdag 15 april 2014

“If there was a cheese mountain, I would go there every day….”

Een coproductie van moeder en dochter.

Ineens kwam het eruit rollen. Dochterlief zat aan tafel, met haar hoofd in haar hand geleund, dromerig in de verte te staren: “If there was a cheese mountain, I would go there every day….”  Wat een prachtzin! Ik vond het ook een mooie droom, zeker voor een notoire kaasliefhebster als zij. Een beetje melancholieke droom wel, wonend in een land waar de Eidam kaas meer weg heeft van een gum, dan dat het iets met Hollandse kaas van doen lijkt te hebben. Dus samen droomden we verder over het bestaan van zo'n berg. We hebben een idee van hoe het er daar uit moet zien. 

Er is een pad dat van de voet van de berg naar de top voert. Dat pad loopt als een grote spiraal om de berg heen naar boven toe, in steeds kleiner wordende cirkels. De voet van de berg moet bestaan uit stevige, harde, Hollandse kaas, waar de rest van de kaas bovenop kan leunen, zonder dat de boel dreigt in te storten. De onderste laag bestaat dus uit oude kaas, je weet wel, met van die heerlijke zoutknispers. Ondertussen zijn we onze tocht naar boven begonnen. Na een aantal stappen, mogen we een aantal happen. Niet teveel want anders lusten we niks meer als we boven zijn. En deze berg bewaart het lekkerste voor het laatst. 

De volgende laag bestaat uit iets jongere kazen, een paar rotsblokken brandnetelkaas, en, laten we een zeker deel van de familieherkomst niet verloochenen, Friesche nagelkaas. We stoppen weer even voor een paar hapjes. Genietend en kauwend kijken we elkaar aan. Lekker hoor, wat een bofferds zijn we toch. We lopen langzaam verder. 

Nu komen we bij de afdeling buitenlandse kazen. Gruyere, Emmenthaler en Port Salut grijnzen ons uitnodigende toe. Vooruit, ieders een hapje van elk. We smullen ondertussen ook van het uitzicht over de Melkvallei. Een eindje van het pad af zien we een waterval. Of eigenlijk, een kaasval. Met donderend geraas stort zich de geraspte Parmezaan in de afgrond. Maar helaas, daar kunnen we net niet bij. Leuk om naar te kijken, dat het wel. We stijgen weer wat hoger. 

En dan begint het eindelijk te ruiken naar de favorieten.  Het klimmen wordt steeds moeilijker en steiler, maar gelukkig kunnen we de top al zien. Links van ons zien we grillige fromaties Munster, en rechts van het pad bubbelt een Raclettegeiser. Mmmmm, gauw een hapje van alles. Hijg, puf, ja we zijn er bijna hoor. We ruiken de Camembert, Brie de Meaux en de  Stilton al. Hoe stinker, hoe beter!  

En dan eindelijk de top van al dit heerlijks, Roquefort, Niva en Gorgonzola.  En dan hebben we toch bijna het allerlekkerste gehad. Maar laten we nog een gaatje overhouden voor de all time favourite van onze kaasprinses: Chevre. Een formidabele toren Chevre bovenop de berg. 

Met een grote glunderglimlach zakken we neer. Hehe!! We hebben het gered. Ze hebben er al op gerekend daar. De stoelen staan voor ons klaar. We kunnen zo aanschuiven en een stokbroodje uit het mandje nemen. De kaasprinses ziet, al zwijmelend, zelfs nog een speciaal houten huisje staan. Daar verkopen ze álle andere kazen, die niet meer in de berg pasten. Nee hoor, hier krijgt niemand ons voorlopig nog vandaan.

Dus als iemand ons mist, is na vandaag duidelijk waar we te vinden zijn.