vrijdag 19 december 2014

Onverwacht bezoek

Voorzichtig legde hij zijn krokodil op tafel. Zelf plofte hij op de dichtstbijzijnde stoel. Het was een gewone woensdagochtend en ik gaf les in onze kerk.  Halverwege de les was hij zomaar binnengestapt. Een van de mensen uit de wijk rondom de kerk. Ik kende hem niet, maar dat gaf niet. Zijn roodgerimpelde handen, met donkerbruine vingertoppen verrieden een hard leven op straat. Een al even rood verweerd gezicht was omlijst door veel en woest haar. Ook de geur die hij verspreidde liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Er was een bezdomovec, oftewel dakloze, aangeschoven. Ik zag in de gauwigheid dat hij gelukkig wél een dikke jas en een muts had.

 Ik begroette de man  en wachtte af. Zou hij me nog gaan uitleggen waar hij voor kwam? En ja hoor, even later stak hij van wal. In het Tsjechisch natuurlijk. Helaas praatte hij erg snel, dus ik verstond er niet veel van. Complicerende factor daarbij was, dat er in zijn gebit al heel wat gaten waren gevallen, wat de verstaanbaarheid ook geen goed deed. Mijn studenten beheersen Engels nog niet zo goed en konden me dus ook niet echt helpen. Na een paar pogingen gaf ik het op en haalde mijn collega die vloeiend Tsjechisch spreekt. Ze praatte een minuut of wat met de man, waarna ze het me duidelijk maakte: “Hij komt hier even opwarmen.” Dat was natuurlijk geen enkel probleem. Ik was allang blij dat we op zo’n eenvoudige manier iets voor hem konden doen. En dus installeerde hij zich en ik ging verder met de les. Dacht ik… 

Onze gast was erg blij met een warm en gezellig samenzijn en was echt niet van plan om dat te laten ruïneren door zoiets als Engelse les. Dus hij benutte deze buitenkans om ons even bij te kletsen. Waarover? Ik echt had geen idee. Mijn studenten waren vriendelijk tegen de man, stelden hem geïnteresseerde vragen, en namen voor lief dat hun les wat korter was dan normaal. Aangemoedigd door zoveel aandacht, praatte de man fijn door. Ondertussen liet hij de kaken van zijn metalen krokodil open en dicht klappen. Het is weer eens iets anders, een dakloze man met een zilverkleurige reptiel, die een monoloog afstak begeleid door klappende krokodillenkaken.. Het bleek bij nader inzien een notenkraker te zijn. Een van ‘s mans grootste schatten. Zoveel begreep ik nog wel van wat hij vertelde.

Vijfduizend straatbroeders en –zusters heeft deze man in Praag. Sommigen van hen zijn nog heel jong. In het gebied rond de kerk zwerven heel wat van hen rond. Zo ook de krokodileigenaar. Aan het eind van de les vertrok hij weer. Zijn geur bleef nog wat lánger hangen. 

Ik zag hem de deur weer uitsjokken. Met zijn krokodillennotenkraker. En waarschijnlijk heeft hij geen noot om er mee te kraken, behalve misschien die hele harde, die van zijn dagelijkse bestaan.