donderdag 21 mei 2015

Het klopt niet!

Náměstí Míru
Op een mooie dinsdag loop ik naar huis. Voor me ligt Náměstí Míru (Plein van de Vrede), en de kerk van de Heilige Ludmilla staat op te warmen in de lentezon. Op het plein staan de struiken en bomen kleurig in bloei. Paarse en roze bloesem, maar ook wit. Rechts van me is een gemeentekantoor. En ineens zie ik het: een babybox. Een voorziening die bedoeld is voor ouders om ongewenste kinderen anoniem en op een voor het kind veilige manier, af te staan. Op een bord ernaast staat in vier talen hoe het werkt. Als het groene lampje brandt, is de box operationeel. Een instructie erbij van hoe te handelen. En dan de laatste zin:”After you put a child in, close the box.” Gewoon, alsof het een depot betreft voor het afgeven van pakketjes buiten kantooruren. Die ene zin herbergt een wereld van leed. Ik kijk weer naar de kerk, in de stralende zon. Het klopt niet! Het is te erg dat we ze nodig hebben, deze boxen. Dat er moeders zijn die niet voor hun kinderen kunnen zorgen. Dat ze zo wanhopig zijn dat ze op zoek gaan naar een babybox. Een moeder die met een gebroken hart op het knopje drukt om de box te openen. Dan haar kind erin legt, en er misschien nog zorgzaam een fles en een luier bij stopt. Ze werpt nog een laatste verscheurde blik op haar kindje, dat met maaiende armpjes ligt te huilen, zich volkomen onbewust van wat er aan het gebeuren is, en sluit dan de klep. Een moeder  voorgoed van haar kindje gescheiden. De tranen schieten me in de ogen. Het klopt niet, en toch is het zo. Ik loop weer verder in de richting van de kerk, want daar moet ik langs.

Het leuke van Náměstí Míru is dat er lange rijen bankjes zijn. Vaak zitten daar mensen op te kletsen, of te lezen, of een ijsje te eten. Vorig jaar stond er zelfs een piano bij waar passanten op konden spelen. Ik loop langs de bankjes en bekijk de mensen, een van mijn favoriete bezigheden. Op het laatste bankje, voor een bloeiende struik, zit een man. Hij zit scheef weggezakt in de hoek van de bank. Zijn capuchon helemaal over zijn gezicht getrokken. Roerloos zit hij daar, zijn linkermouw opgestroopt tot boven zijn elleboog. Zijn rechterhand trekt een injectienaald uit zijn ontblote arm. Alsof het vertraagt wordt afgespeeld zie ik de naald langzaam uit zijn hand glijden, langs zijn benen naar de grond. Verder geen beweging. Ik kijk weer naar de kerk en de bloeiende bomen. Het klopt niet! Het klopt gewoon niet dat er mensen zijn die hun dagen overleven van het ene shot naar het volgende. De radeloosheid als je lichaam schreeuwt om de volgende dosis heroïne, maar het nog niet gelukt is om het te bemachtigen. Wat een ellende in zo’n prachtige stad. Het klopt niet, en toch is het zo.


Ik luister naar een psalm. “Hef je handen op en zing, prijs de HEER.” Ik zie een babybox met een verslagen moeder. Ik zie een bankje met een wanhopige drugsverslaafde. Het klopt niet! Het klopt gewoonweg niet dat ik dit nu hoor. Hoe moet ik dat rijmen met wat ik net allemaal zag. Het lijkt wel een andere wereld. Maar is dat ook zo?  Ik denk aan Jezus. God die de hemel verliet en mens werd. Hij kwam naar deze wereld, zijn wieg bijna een soort babybox, en Hij woonde in de door mensen gemaakte chaos. Hij huilde mee met mensen die het moeilijk hadden. Hij bracht tijd door, juist met die mensen die door iedereen werden verafschuwd, bijvoorbeeld prostituees en belastinginners. En drugsverslaafden en moeders die niet voor hun kinderen kunnen  zorgen. Hoezeer ik het ook allemaal niet begrijp, God is goed. Dus het klopt toch. “Hef je handen op en zing, prijs de HEER.”

dinsdag 12 mei 2015

Geen knollen voor citroenen

Winkelcentrum 'Pavilon'
Sinds we verhuisd zijn, wonen we schuin tegenover Albert, de Tsjechische versie van Albert Heijn. Het is gevestigd in een mooi gerestaureerd winkelcentrum, en veilig te bereiken via voetgangersverkeerslichten en zebrapaden. Het voelt zo vertrouwd om langs de schappen met AH Basic producten te dwalen. En het schiet zo lekker op als er op de strooikaas "pittig belegen", staat en ik niet eerst het Tsjechisch hoef te ontcijferen. En, last but not least, de Tsjechische Allerhande roept ook warme gevoelens op. Kortom, best een prettige verandering, Albert om de hoek.

En plotsklaps hebben onze kinderen er een nieuwe hobby bij. Boodschappen doen. In hun eentje. Als ik dus tegenwoordig ook maar hardop denk, iets als: ”Tjonge, ik dacht toch echt dat ik nog slagroom in de koelkast had.”, dan hoor ik al naast me: 

“Mag ik??”, 

of: 

“Ik ben al wel in mijn pyjama, maar ik kan me best weer even aankleden hoor.”  

Gewapend met geld in een portemonneetje en een linnen tas wordt de expeditie dan ondernomen. Ze vinden het leuk om verantwoordelijkheid te dragen, en om een klusje te doen waar ik echt mee geholpen ben. Nog leuker is de zoektocht in de winkel. En om de juiste keuze te maken. Want als je vader zegt dat je verse melk moet kopen, en dat dat waarschijnlijk 17.90 kronen kost, wat doe je dan als je ontdekt dat de verse melk 18.90 kronen kost, en de houdbare melk 17.90? Ga je dan voor het product of voor de prijs? Wat ook zo leuk is, uitrekenen of het per saldo goedkoper is om citrusfruit per stuk te kopen, of een heel netje. Dat staat hier namelijk nog niet van tevoren vast. En dan moet blijken of ze zich geen knollen voor citroenen hebben laten verkopen.

Het is natuurlijk onder alle omstandigheden toe te juichen als kinderen vrijwilligerswerk willen doen. Ik waardeer het dan ook enorm. Toch sta ik handenwringend voor het keukenraam als er een kind op pad gaat. Ik vind het moeilijk om ze los te laten. Ze spreken allebei niet veel Tsjechisch, hoewel de een zich beter redt dan de ander. Dus allerlei rampscenarios passeren dan de revu in mijn hoofd. Wat als ze van de trap kukelen (Albert zit in de basement). Of als ze een pot appelmoes kapot laten vallen? Of de juiste kaas net buiten bereik ligt? Of als betalen niet goed gaat? Dan kunnen ze het niet bespreken in het Tsjechisch. Ik sta dus reikhalzend te wachten totdat ik de gezondene weer blij terug zie komen huppelen over de stoep. Het is gelukkig weer goed gegaan.

Een zucht van verlichting ontsnapt me tegen wil en dank.