donderdag 24 september 2015

Categorie der uniekelingen

Ik blijf het leuk vinden, die piano zo midden in de stad. Ik loop er bijna dagelijks langs en vaak zit er wel iemand te spelen. Vaak wordt er ook heel erg goed gespeeld. Maar het raakt me niet altijd zoals het me vandaag raakte.


Eerst hoorde ik alleen de piano, die bespeeld werd door iemand die er duidelijk raad mee wist. Toen ik dichterbij kwam hoorde ik dat er ook bij gezongen werd. Een raspende mannenstem die een hoop te lijden leek te hebben gehad onder, ja onder wat eigenlijk? Wat ik hoorder verried in ieder geval een hoop levenservaring, ook al verstond ik niet van wat hij zong. Het klonk allemaal niet zo zuiver. Maar toch mooi.

Toen ik nog wat dichterbij kwam zag ik de man die speelde. Ik kon niet veel van zijn gezicht zien. Het meeste zat bedolven onder een muts en een volle baard.  Maar daar zat hij dus, vol overgave te spelen en te zingen. Het raakte me. Hij ging volkomen op in zijn spel en hij was zich niet meer bewust van zijn omgeving, maar zat intens te genieten. Zo leek het tenminste wel. Had hij toen hij langs deze piano liep ineens weer een oude liefde ontdekt? Was hij daarom in een vlaag van overmoed achter de toetsen gekropen?

Ik realiseerde mij ineens dat het iets zei over de jeugd van deze man. Misschien wel een heel gewone jeugd. Een kindertijd waarin hij waarschijnlijk ouders had die genoeg om hem gaven om hem piano te laten leren spelen. En hij was er overduidelijk goed in. Wie weet welke talenten hij nog meer heeft.

En toen realiseerde ik mij nóg iets. Maar al te vaak zijn mensen voor mij opgedeeld in categorieën. Een maatschappij vol categorieën mensen. Studenten, toeristen, jong en hip, daklozen, drugsverslaafden, alleenstaande ouderen. En zo zijn er nog wel een paar te verzinnen. Maar ik vergeet dan dat zij ook individuen zijn. Mensen met een uniek karakter, en een uniek gevoel voor humor. Met hun eigen specifieke vaardigheden en talenten. Met hun eigen specifieke verlangens en dromen. Als ze die nog hebben. Maar zeker ook met ieder hun eigen geschiedenis.
   
Hoe zit dat met die jonge man met het rode haar bijvoorbeeld. Hij zit vaak bij de metro een boek te lezen. Zou hij opgegroeid zijn in een gezin met een vader en een moeder? Of misschien bij zijn oma? Of in een kindertehuis? Of dat kromgebogen vrouwtje dat vaak liep te bedelen. Is er ooit sprake geweest van enige welvaart voor haar? Een leven waarin geen zorgen waren over geld? Of zou ze arm zijn geboren en arm zijn gebleven? Of die mevrouw waarvan ik met geen mogelijkheid zeggen kan of ze oud of jong is en die een poepchic hondje in haar Prada tasje draagt? Zou ze met een gouden lepel in haar mond geboren zijn, of is ze pas later met haar neus in de boter gevallen?

Ik schaamde me ervoor dat ik maar zo zelden mensen echt zie. Als individuen.  Ik besloot dat dat anders moet. Al die duizenden mensen die ik hier al ben tegengekomen. Ze zijn allemaal naar Gods beeld geschapen en al net zo uniek als ik en ieder ander. Ik wil ze dus vooral zien als individuen, ongeacht of ze net een naald in hun arm steken, hun nagels zitten de lakken op een bankje, of prachtig piano spelen.


O nee he, individuen, toch weer een categorie. De categorie de uniekelingen.

zaterdag 12 september 2015

De oude man en de badmuts

Even dacht ik dat ik droomde. Maar dat bleek niet zo te zijn.

Vrijdag is echt een dag om even mijn favoriete second hand binnen te wippen om te zien of ze nog wat leuks hebben voor komend najaar. Nadat ik een leuk trui-achtig iets voor dochterlief op de kop heb getikt, besluit ik nog even een scanronde voor mezelf te doen. Ja, een petrol blauw shirt. Even passen natuurlijk. En dan gebeurt het...

Ik knik goedkeurend naar mezelf in de spiegel en op hetzelfde moment duikt er achter me een man op. Met een badmuts op, zoeen met zo’n rand die gezellig krult bij het elastiek. Hij gooit met een brede grijns zijn handen in de lucht en roept “hoeh!!” Met stomheid geslagen kijk ik achterom. Het is geen hersenspinsel. Ondeugende donkerbruine ogen kijken me aan. Aan die ogen zit een man vast met een half grijze baard en zonder tanden. Ingevallen wangen heeft hij ervan. Hij draagt een wel heel korte zwartglanzende korte broek, waar gladde benen van het type “melkfles” uitsteken. Aan zijn in dikke zwarte sokken gestoken voeten prijken donkerblauw versleten badslippers. En zijn kruin gekroond met een badmuts dus.
   

Ik schrik en ik ben eigenlijk ook een beetje bang. Wat als hij nou in een moeite achter me aan het pashokje in huppelt?  Maar gelukkig, hij verandert bijtijds van richting, giechelt eens naar me en huppelt weer bij me vandaan. Ik vraag me verbijsterd af wat hem ertoe gebracht kan hebben om in een winkel met alleen damesmode te gaan rondspringen met een badmuts op. Maar het shirt heb ik gekocht. Al was het ook maar om mezelf te helpen onthouden dat ik dit niet gedroomd heb.

dinsdag 8 september 2015

Het oude normaal

Image courtesy of Leslie Johnson ;)
De wekker gaat. Het is half zeven. Grote onwil en frustratie winnen het nog van acceptatie en realiteitszin. Maar ik moet nu uit bed. Dat is eigenlijk geen doen voor een niet-ochtendmens zoals ik. Maar ik moet er toch echt weer aan geloven. De zomervakantie is voorbij. Gewoon heel erg onomkeerbaar voorbij. Elf lange weken vakantie, hopsa, punt erachter.

Dat betekent dat ik dagelijks weer, veel te vroeg naar mijn smaak, slaapdronken door de keuken schuif en de tafel dek en mijn tenen stoot en een kind richting de vaatwasser dirigeer, en het andere kind richting de douche en mijn knie tegen de deur stoot en loop te zoeken waar de citruspers ook alweer stond, en koffiezet en thee en….. dan zitten we op tijd (ja heus!) en redelijk rustig (echt waar!) aan tafel.

Een paar uur later. Leendert en ik trakteren onszelf op een koffie. Om te vieren dat het leven weer structuur heeft (ik lees het mezelf schrijven) en de kinderen zich voorlopig helemaal niet meer hoeven te vervelen. En dat we het huis weer een beetje voor onszelf hebben gedurende de dag. En dat samen koffiedrinken leuk is. En dat we blij met elkaar zijn. En dat we van Praag houden. En dat we gezegende mensen zijn.

Alles bij elkaar begin ik bijna te denken dat het het waard is om zo vroeg op te staan. Bijna.