maandag 23 november 2015

Broodje hotdog eh…..met iets



Op een of andere manier doet het me toch haast aan de Hema denken
Ik ben zo trots op hem! Ik vroeg me af of ik hetzelfde zou hebben gedurfd op die leeftijd.

Afgelopen vrijdag kwam zoonlief mij vragen of hij van zijn eigen zakgeld een hotdog mocht gaan kopen bij het stalletje bij de metro, vier minuten lopen hiervandaan. Sommige dingen veranderen blijkbaar in de loop der eeuwen niet. Het was in mijn tijd ook al verleidelijk om iets ongezonds te kopen van je zakgeld. Nou ja ik vind het nog steeds verleidelijk…
Maar goed, het mag wel eens natuurlijk. En dit was een wens die al sinds september met enige regelmaat de kop opstak, dus het moest er dan maar eindelijk eens van komen. Zoonlief vertrekt, met 20 kronen in zijn zak, en ik blijf achter, benieuwd hoe hij het gaat regelen in het Tsjechisch. Want ik heb zo’n vermoeden dat de mevrouw bij het stalletje niet heel erg veel Engels spreekt. 

Na zo’n twintig minuten is zoonlief weer terug, ketchup tot ongeveer halverwege zijn wangen. “Dat was echt superlekker, mam!” “Fijn, kind. Hoe heb je het nou geregeld dan? Kwam je eruit in het Tsjechisch?” “Ja nou ik vroeg gewoon in het Tsjechisch om worst in een rohlik. En toen vroeg ze mij iets maar dat begreep ik niet?” O dat is altijd smullen, proberen uit te leggen in een taal je niet goed spreekt dat je iets in diezelfde taal niet goed begreep. “Ja?”, zei ik met belangstelling, ”en wat zei jij toen?”Nou”, sprak hij met een triomfantelijke grijns, “ ik zei: “eeeh…..ketchup?” En dat deed ze toen.”

Ja hoor, kind kan de was doen. Natuurlijk. Ik vraag me af of ik hetzelfde had gedurfd toen ik 10 was, een hotdog bestellen in een taal die ik nauwelijks sprak, om de vervolgvraag niet te begrijpen en dan toch met ketchup op mijn wangen terug te komen. Ik zei toch al dat ik trots op hem was!


dinsdag 17 november 2015

De "gezelligste" tijd van het jaar?

Een chocoladeletter in de schoen van mijn kind. 
Een bom aan de riem van het kind van een ander.


Ik kan het niet helpen, ik blijf het maar voor me zien. 
In gedachten.
Twee kledingstukken. 
Onschuld en schuld.  

 Ik denk aan de moeder van het kind met de riem. Wat denkt zij nu, als ze nog leeft? Was dit waarvoor ze haar kind groot heeft gebracht? Is dit de kroon op haar opvoeding? Een zelfmoordterrorist die met zich zoveel mogelijk anderen de dood insleurde. Of is haar hart nu aan gruzelementen? In duizend stukjes. Haar kind, hij was nog jong. Maar eens was hij nog jonger. Ook hij had ooit de leeftijd waarop hij nu zijn schoen had mogen zetten. Als hij in Nederland geboren was. Toen hij nog soldaatje spéélde. Wat denkt zijn moeder nu? Misschien vraagt ze zich af waar het zo fout heeft kunnen gaan, haar doorweekt gehuilde zakdoek in haar hand geklemd. Of lacht ze nu en is ze trots. Dat ze een martelaar heeft gebaard die voor de eer van Allah zijn bloed vergoot. En dat van al die anderen, in Beiroet, Parijs, Irak en nog meer plekken.

In plaats van zich deze week te verheugen op het zetten van zijn schoen, zoals mijn kind, verheugde haar kind zich op het vastgespen van zijn riem. Ik ril ervan. En ik bid, dat mijn kind, die nu nog schoen zet, nooit zal dromen van zo’n riem.


Ik bid dat mijn kinderen zich wapenen zullen met een andere riem, de riem van de Waarheid. En dat zij delen zullen, niet haat, maar liefde. En dat ze hun letters zullen delen. Maar meer nog, dat ze woorden zullen delen. Woorden van Waarheid, Liefde en Leven. Woorden die komen van de enige God die groot is, de enige God die ook ooit klein was. En woorden die ook weer terugleiden naar Hem.