zaterdag 2 januari 2016

"Piano piano!"

Toevallig kwam hij net naar buiten toen ik de foto maakte :)
Ik heb een vriend. Hij is Italiaans. En supercharmant. Blijkbaar verdwijnt dat niet als je ouder wordt. Hij is de zeventig zeker wel ruim gepasseerd. Het is wel een dure vriendschap. En dat heeft met zijn charme te maken ben ik bang. Als ik zijn winkel binnenkom, verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht en ik hou van de manier waarop hij “signora” zingt. En dan begint het spel. Een spel dat ik zo jammerlijk verlies. Maar toch vind ik dat niet jammer.

Ik wil een fles wijn om cadeau te doen, en olijven en kaas om de Kerst mee door te komen. Eerst de wijn maar. Dat gaat nog, want er zitten prijsstickers op de flessen. Dat is makkelijk te doen. Gewoon een kwestie van kijken en vergelijken en dan een wijn pakken die me lekker lijkt én ook prettig geprijsd is. Ik vind mijn wijn en krijg er instructies bij: “Het is een ongefilterde wijn. Dus als je de fles hebt ontkurkt moet hij eerst even staan voordat je de wijn kunt inschenken. En dan schenk je (zijn hand maakt een langzame kantelbeweging) de wijn in het glas. Piano piano.”

Maar dan vraagt hij of hij me verder nog van dienst kan zijn. Ja, olijven graag. Vervolgens leidt de lieverd me natuurlijk niet naar de koeling waar de olijven in potten staan. Nee hij brengt mij voor de vitrine waar de schalen met olijven verleidelijk staan te zijn. Met een breed handgebaar introduceert hij ze. Welke soort ik wil? Groene. En dan neemt hij een bordje. Daarop legt hij in een halve cirkel één van elke soort groene olijven die hij heeft. Hij overhandigt me het bordje met een servetje erbij.  Gepassioneerd  presenteert hij ze, inclusief herkomst en karakteristieken van elke olijf. De manier waarop hij de Siciliaanse aanprijst maak heimwee in mij wakker. Heimwee naar een eiland waar ik nog nooit ben geweest. En boy, dat werkt! Ze zijn allemaal lekker, kiezen kan niet meer. Dan maar twee soorten olijven. Hij tekent met zijn vinger een denkbeeldige lijn op het bakje waar ze in moeten. Half? Ja doet u maar van beiden soorten een half bakje, meneer. Een bakje met Siciliaanse olijven (oliiiive Siciliaaane) en een bakje pikante. Ik slik. Dit gaat niet goed komen.

En nu de kaas. Ik word aan de arm naar een andere toonbank gevoerd, waar de verschillende blokken kaas al klaarliggen. Alsof hij al had geweten dat ik die dag zou komen. Wat voor soort kaas de signora in gedachten heeft. Daar heb ik nog geen ideeën over want ik heb de prijskaartjes nog niet onder ogen gehad. Maar van mijn stuk gebracht door zijn voorkomendheid, stotter ik iets dat getuige mijn latere aankoop, schapenkaas blijkt te zijn geweest.  Daar heeft hij er een paar van. En ze zijn allemaal even lekker natuurlijk. Weer volgt hetzelfde ritueel. Van elke soort snijdt de man een blokje om te proeven en hij kijkt me verwachtingsvol aan. Zie ik wel in dat hij gelijk heeft? Ja ik zie. Doet u me van die maar een stukje.  Hij mikte met zijn mes. Zoiets? Nee, ietsje meer graag, ja zoveel. Inwendig vraag ik mezelf verbijsterd af waarom ik niet om een gewicht vroeg. Zo’n ruwe schatting in centimeters, en wat erger is, míjn ruwe schatting in centimeters, kost wat. Ik zucht inwendig en ik weet niet zeker of het een zorgelijke of gelukkige zucht is. Maar ik ben nog niet klaar. Ik moet nóg een stukje. Nou de signora  mag blij zijn, want hij heeft toevallig fantastische parmigiaaano. Hij is er zo geestdriftig van dat hij zijn kaasmes even neerlegt om met beide handen in de lucht te wapperen, hoe geweldig die kaas wel niet is. Hij heeft verschillende soorten, maar mij raadt hij de twee jaar gerijpte of de drie jaar gerijpte aan. En ja ik proef weer even. Waar ik al bang voor was, blijkt waar. De driejarige is het lekkerst. Ik betaal verdoofd wat ik hem verschuldigd ben. Ridderlijke begeleiding naar de buitendeur. Tot ziens signora, tot ziens. Ik zucht want ik vrees het ook.


Schoorvoetend loop ik thuis de keuken in en biecht aan mijn geliefde mijn zwak voor Italiaanse oude mannen die kaas verkopen op. Hij grijnst eens breed en blikt verlekkerd in de tas. “Och, het is Kerst. Mag wel een keer toch?” Ik lach zorgeloos terug. Ja het mag, en we gaan ervan smullen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten