maandag 30 mei 2016

Het dorp dat van de kaart werd geveegd

“Als je je kind niet wilde afgeven, dan werd het met geweld uit je armen getrokken. We zouden hoogstens een uur van hen gescheiden zijn, zo werd ons verteld, en dan weer bij elkaar zijn. We hebben ze nooit teruggezien.”  



Op 27 mei 1942 wordt Reinhard Heijdrich, gouverneur van het protectoraat Bohemen, door twee Tsjechen, die vanuit Engeland per parachute in Tsjechie waren gedropt, neergeschoten en acht dagen later bezwijkt hij. Hitler is woedend en roept op om de daders te vinden. De Duitsers voeren vervolgens wraakacties tegen Tsjechische burgers uit.

Tien juni 1942. Het tamelijk willekeurig gekozen dorp Lidice wordt door de Duiters omsingeld. Alle dorpelingen worden uit hun huis gejaagd en centraal verzameld. De mannen, van 15 jaar en ouder worden in een schuur opgesloten. In een documentaire in het muzeum van Lidice komen overlevenden aan het woord die met elkaar die vreselijk dag en de daarop volgende periode reconstrueren. Een oude vrouw vertelt: “Mijn vader had waarschijnlijk geen idee wat hem en ons te wachten stond. Hij zei:”We zien elkaar snel weer.” En voordat hij weggevoerd werd zei hij:”Vergeet God niet.” Dat is het laatste wat ik van hem hoorde.” De volgende dag werden alle mannen doodgeschoten.

De vrouwen en kinderen worden apart verzameld en later van elkaar gescheiden. Ze zullen allemaal naar een kamp gestuurd worden. De kinderen, zo wordt hen verteld, zullen vanwege het comfort met de bus gebracht worden, en hun moeders reizen met de trein.


 “Maar er ontstond tumult. De kinderen gilden. Ze wilden niet van hun moeders gescheiden worden. En de moeders wilden dat ook niet. Toen begonnen de nazi's in de lucht te schieten en ze brulden dat wie zijn kind niet vrijwillig afgaf, neergeschoten zou worden. Als je je kind niet uit handen wilde geven, dan werd het met geweld uit je armen getrokken. We zouden hoogstens een uur van hen gescheiden zijn en dan weer worden verenigd. We hebben ze nooit teruggezien. Dat moment dat je kinderen van je los worden gescheurd, hun geschreeuw en gehuil, dat vergeet je je hele leven niet meer. Nooit” De oude vrouw buigt haar hoofd. Haar schedel zichtbaar door haar dun geworden haar. Moeizaam brengt ze een zakdoekje naar haar ogen, om haar tranen weg te vegen, tranen die na al die jaren nog altijd niet hadden opgehouden te stromen.


“Tot aan die dag in juni wisten we weinig van wat er om ons heen gebeurde. Kinderen groeiden niet zo snel op als tegenwoordig. Ons leven was eenvoudig. We gingen van huis naar school en weer naar huis. Daarna lieten we de gansen grazen en maakten we ons huiswerk. Dat was ons leven. Televisie enzo dat was er allemaal nog niet. We waren zo naief. We wisten niets van de wereld.”, vertelt een van de oude vrouwen in de film.

De vrouwen eindigen in Ravensbrück. Een deel van hen sterft, ofwel door ziekte en uitputting, of in de gaskamers. De kinderen worden naar Lodz in Polen gestuurd. Daar worden ze gesorteerd op rassenkenmerken en de kinderen die er arisch uitzien worden bij Duitse families ondergebracht om gegermaniseerd te worden. “En toen kreeg ik een nieuwe naam en heette ik Ingeborg.” De overige kinderen werden vergast in Chmelno. De “arische” kinderen kwamen na de oorlog weer naar Tsjechië. “Ik heb nooit geweten wat er met de andere kinderen is gebeurd. Daar kwam ik pas na de oorlog achter.”

Het dorp Lidice wordt volledig met de grond gelijkgemaakt. Alles wordt platgebuldozerd. Op de plaats van het vroegere Lidice is vrijwel niets overgebleven van het dorp, behalve de overblijfselen van de boerderij van de familie Horak en de fundering van school en kerk. De plaats waar het dorp ooit lag is nu een herinneringsplek geworden. Rustiek en groen met paden die van monument naar monument leiden.


  
De zon schijnt, de vogels fluiten, bloemen bloeien. Een Brandenburgs concert van Bach komt over de grasvelden aangegolfd. En dan zijn er die beelden. Een monument voor de vrouwen uit het dorp die vermoord zijn. Het monument voor de vermoorde kinderen. Daar staan ze alle 82, als gegoten. De herinneringsmuur voor alle mannen die genadeloos zijn neergemaaid. Een monument voor alle dorpen die onder collectieve wraakacties van de nazi's te lijden hebben gehad, waaronder ook Putten.

In 1949 wordt het dorp een eindje verderop herbouwd. Maar wat maakte het dorp dan eigenlijk het dorp. De mensen die er woonden? Of de huizen en gebouwen? Van de oorspronkelijke bevolking is  dan vrijwel niemand meer over, op een aantal vrouwen en een handjevol kinderen na. Lidice is door de verschrikkingen die het te verduren kreeg, nu wereldwijd bekend en er zijn aantal gemeenschappen in andere delen van de wereld, die de naam van het stadje dragen.









Geen opmerkingen:

Een reactie posten