zaterdag 17 maart 2018

Winterwaardigheden


Ineens is het er weer. Zoals elk jaar overvalt het me. De stijve nek. Een periode van hotpacks en drie warme sjaals breekt aan. Het gaat doorgaans vanzelf weer over, maar leuk is het niet. Gelukkig krijg ik wel veel medeleven als ik maar houterig genoeg loop. Aan het begin van de dag is het het vervelendst. De spieren, nog ongebruikt in de vroege ochtend, moeten soepel worden en elke beweging herinnert me eraan welke spieren ik nĂș weer in gang heb gezet.

Na het ontbijt verzamel ik moed en stort me de kou in om kindlief bij de schoolbus af te leveren. Maar dan komt eerst de grootste horde die ik moet nemen. Het openbaar vervoer en al die mensen die om half acht naar hun werk snellen. De metro is veranderd in een conservenblikje vol sardientjes die op de stations naar buitenzwemmen en zich dan de roltrap op laten drijven. Een botsing is een reele mogelijkheid en met zo’n zere nek is dat eigenlijk geen optie. Ik moet de bewegingen om mij heen maar goed in de gaten houden. Maar hoe? Ik kan mijn nek niet draaien. Dus, temidden van de school sardientjes draai ik rondjes als een ballerina in een muziekdoosje, om botsingen te vermijden. Dat werkt niet en ik kan de gil niet binnenhouden als ik tegen een haastige mevrouw aanbots, die weinig geduld heeft met mijn zwakheden. De blik die ik toegeworpen krijg houdt het midden tussen ergernis en minachting. Kom op zeg, zo’n kleine botsing. Niet zo kleinzerig. Kermend stap ik op de roltrap en begin nog nasnikkend aan de reis omhoog.

Boven aan de trap barst de school opeens uiteen en zijn er nog maar een paar mensen over om te ontwijken. Met een zuch van verlichting en een pijnlijk kloppende nek loop ik met mijn kind naar de bus.

En dan? Er is geen ontkomen aan, ik word medogenloos weer ingeblikt om thuis te komen, met alle ellende vandien. Reizen in een muziekdoosje lijkt me ineens zo gek nog niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten