woensdag 22 augustus 2018

Jana

“Melkjeeeee, broodjeeeeees, paprikaatjeee.” Het is een gemiddelde doordeweekse dag en ik sta in de rij voor de kassa. Bij mijn favoriete kassajuffrouw. Het maakt me niet uit of de rij bij haar langer is dan bij andere kassa's. Als Jana werkt, betaal ik steevast mijn boodschap(je) bij haar.


Jana is een oudere vrouw, met roodgeverfd haar dat keurig gekamd achter haar oren zit, en een leesbril(letje) permanent op het puntje van haar neus. Wat er ook verandert, Jana blijft dezelfde. Een beetje vastigheid in deze snelle tijden kan geen kwaad. We wonen in een expatbuurt. En dat niet alleen. Airbnb lijkt ook als een soort slecht gist de buurt doortrokken te hebben (ja de beruchte rolkoffers in de straat op allerlei ongure tijdstippen).

Soms hoor ik nauwelijks Tsjechisch in de supermarkt. En dan is daar Jana. Elk product dat haar scanner passeert wordt door haar gezien en benoemd. Ongeacht het formaat duidt ze alles in diminutief aan. Alsof ze wordt vertederd door zoveel schattigs. In het Tsjechisch werkt dat niet zo, maar op mij komt het wel een beetje zo over. “ Tomaatjeees (formaat vleeschtomaat), kooltjeeeeee (formaat strandbal), druifjeeeees (ok die zijn echt klein).” Jana is daarbij immuun voor de druk van een lange rij wachtenden. Ze werkt niet snel. Integendeel. Ze neemt ook de tijd voor de betaling en het wisselgeld komt met een vriendelijkheidje.

Jana is een van de mensen in deze jachtige stad die nog tijd hebben. Ik vind dat van onschatbare waarde in een tijd waarin iedereen langs elkaar heenrent, en eenzaamheid volksziekte nummer 1 is geworden. Daarom hulde aan Jana, die oog heeft voor mensen en zelfs ervoor zorgt dat de boodschappen zich gezien en benoemd weten. “Kaasjeeee, botertjeeee, aardappeltjeees.”